Deel dit bericht op:
“Opgeblazen zijn” – Inleiding
De uitdrukking “opgeblazen zijn” is het onderwerp van deze serie artikelen. Zomaar wat gedachten die daarbij te binnen schieten, zijn: hoogmoed, neerkijken op anderen of geestelijke zelfingenomenheid.
Grotendeels lucht
Een pauw kan zichzelf met zijn verentooi heel groot doen lijken. Misschien ken je het volgende gezegde wel: “Zo trots als een pauw.” Dat kan nog positief bedoeld zijn. Maar het kan ook spottend gebruikt worden als iemand zich verwaand gaat gedragen en denkt dat hij of zij ‘heel wat is’.
Sommige mensen zeggen wel: “Eigen roem stinkt.” Jezelf prijzen komt veelal niet erg sympathiek over. In het Woord staat daar ook iets over geschreven. Je vindt het in Spreuken 27:2, waar staat: “Laat een vreemde u prijzen en niet uw eigen mond, een onbekende en niet uw eigen lippen.”
Nog een uitdrukking: “Veel geschreeuw en weinig wol”, wat veel praatjes of vertoon betekent, maar weinig inhoud of daden. Wat daarvan in het verlengde ligt, is deze: “Holle vaten klinken het hardst” – wie weinig inhoud heeft, kan soms het meeste lawaai maken. Het wil zeggen dat mensen met de minste kennis van zaken vaak het hoogste woord voeren, veelal juist om het tekort te maskeren.
In Nederland kennen we ook ‘Haagse bluf’. Het is een luchtig nagerecht van onder andere bessensap met, als een van de hoofdingrediënten, opgeklopt eiwit. Zo zou je het ook kunnen zien als iemand zijn eigen prestaties ‘opklopt’. Het ziet er volumineus en indrukwekkend uit, terwijl het grotendeels lucht is.
Al met al: wie zichzelf opblaast, moet niet vreemd opkijken als iemand erdoorheen prikt.
Afkomst
Opgeblazen is het voltooid deelwoord van opblazen: op + blazen. Blazen is een heel oud Germaans woord. In het Middelnederlands vinden we al blasen (ca. 1240), verwant met onder meer Duits blasen en Engels blast. De oorspronkelijke betekenis draait simpelweg om het verplaatsen van lucht of het krachtig uitademen.
Interessant is vervolgens de betekenisverschuiving: blazen – met lucht vullen – doen opzwellen – groter worden – jezelf groter voordoen dan je bent.
Die figuurlijke betekenis is bepaald niet modern. In een Nederlands woordenboek uit 1804–1806 wordt bij opblazen al expliciet onderscheid gemaakt tussen de letterlijke betekenis ‘door inblazen van lucht doen opzwellen’ en de figuurlijke betekenis ‘hoogmoed vertonen’. Het woordenboek geeft daarbij het oude beeld van een mens die zich als een waterbel opblaast met ijdele waan.
In een spreekwoordenboek uit 1720 wordt een uitdrukking vermeld voor iemand die veel ‘winderige praat’ uitslaat. Daarbij worden ook woorden genoemd als windbraker en windbuil.
Komen we in het Woord van God ook iets tegen dat met ‘winderige praat uitslaan’ te maken heeft? Met zichzelf ‘groot’ voordoen, terwijl men dat niet is? Daarover gaan de volgende artikelen in deze serie.
Bijbeltekst
1 Korinthiërs 4- 6 Dit nu, broeders,
- heb ik overgebracht op mijzelf en Apollos
- vanwege jullie,
- opdat jullie in ons leren
- niet gezind te zijn boven wat er is geschreven,
- opdat jullie niet, de één boven de één,
- opgeblazen zijn, tegen de andersoortige.
- 7 Want wie laat jou onderscheiden?
- Wat nu heb je, dat je niet ontvangen hebt?
- Indien je nu ook ontvangen hebt,
- wat roem je als niet ontvangen hebbend? [CV]
