Bekendmaking
Ons Nederlandse woord evangelie is afkomstig van het Griekse woord euangelion. Het bestaat uit twee delen: eu betekent ‘goed’ of ‘wel’ en angelion betekent ‘bericht’ of ‘boodschap’.
Evangelie betekent letterlijk goed bericht. Het gaat over wat God bekendmaakt en tot stand brengt door Zijn Zoon, Jezus Christus. Rom.1:1-4
Een bericht vertelt wat er gebeurd is of wat er gaat gebeuren. Daarom is het evangelie geen oproep die draait om wat wij voor God moeten doen, maar de bekendmaking van wat God doet. Rom.3:21-24
De opstanding van Zijn Zoon is de garantie dat de dood niet het laatste woord heeft. God zal door Christus uiteindelijk allen levend maken en het al met Zich verzoenen. 1Kor.15:20-28; Kol.1:19-20 En dat alles is genade: om niet. Rom.11:6
Naar de Schriften
In 1 Korinthe 15 geeft Paulus een kernachtige omschrijving: “Want ik heb aan jullie onder de eerste dingen overgegeven wat ook ik heb aanvaard: dat Christus gestorven is voor onze zonden in overeenstemming met de Schriften, en dat Hij begraven werd en dat Hij opgewekt is op de derde dag in overeenstemming met de Schriften …” 3-4
Dat zijn de historische feiten waarop het evangelie rust: Christus stierf, Hij werd begraven en Hij werd opgewekt. Zijn dood is niet het einde, want het evangelie verkondigt een levende Christus. Rom.6:9; 2Tim.1:10; Op.1:18
Paulus, apostel van de natiën
Paulus ontving zijn Evangelie niet van mensen, maar door onthulling van Jezus Christus. Gal.1:11-12 Hij noemt zichzelf nadrukkelijk “apostel van de natiën”. Rom.11:13; 1Tim.2:7; 2Tim.1:11 Aan hem werd bovendien bekendgemaakt wat in eerdere generaties verborgen was. Ef.3:1-9; Kol.1:25-27
“Heel de Schrift is God-geademd en nuttig tot onderwijzing, tot aantoning, tot terechtwijzing, tot de opvoeding, die in rechtvaardigheid is” 2Tim.3:16, echter voor degenen uit de natiën, zijn in het bijzonder de brieven van Paulus van belang.
Gods werk in Christus
Wanneer Paulus zijn brief aan de Romeinen begint, stelt hij zichzelf voor als iemand die is afgezonderd tot “het evangelie van God”. Even verder zegt hij waarover dat evangelie gaat: “… het evangelie van God (…) aangaande Zijn Zoon …” Rom.1:1-3
Het evangelie van God gaat over Zijn Zoon. Dat is een fundamenteel uitgangspunt. De mens staat niet centraal in het evangelie. God en Zijn werk in Christus staan centraal. 2Kor.5:18-19
Onze redding, rechtvaardiging en toekomst zijn niet gebaseerd op wat wij voor God tot stand brengen, maar gebaseerd op wat Híj doet. Rom.5:18-19
Genade, om niet
Het goede bericht vertelt niet alleen wat God doet, maar ook op welke grond Hij dat doet: genade. Romeinen 3 geeft aan: “… want allen zondigen en lijden gebrek aan de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd in Zijn genade, door de vrijkoping die in Christus Jezus is …” 23-24
De woorden “om niet” zijn essentieel. Om niet betekent: gratis, zonder verdienste of tegenprestatie. Genade en werken worden tegenover elkaar geplaatst. Als iets verdiend moet worden, is het geen genade meer. Rom.4:4-5
Het evangelie is daarom geen aanbod waarbij God Zijn deel heeft gedaan en het uiteindelijke resultaat afhankelijk is van wat de mens daar nog aan toevoegt door een eigen keuze/geloof. Het is een bericht over wat God in Christus doet en geloof is Gods genadegave! Ef.2:8,9; Fil.1:29,30; 2Petr.1:1
Paulus gebruikt zelf de opmerkelijke uitdrukking “het evangelie om niet”. 1Kor.9:18 Geen goedkoop evangelie, maar een gratis evangelie, dat door Paulus geheel in overeenstemming dan ook om niet gebracht werd. 2Kor.11:7
Ten behoeve van allen
De reikwijdte van het evangelie is een belangrijk onderdeel van het goede bericht. In Romeinen 5 wordt een parallel getrokken tussen Adam en Christus: “Dus dan, zoals het door één krenking voor alle mensen tot veroordeling was, zo is het ook door één rechtsgevolg voor alle mensen tot rechtvaardiging van leven.” Rom.5:18
Direct daarna wordt aangegeven dat, evenals door de ongehoorzaamheid van de ene mens “de velen” als zondaren worden ingezet, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Éne de velen worden ingezet als rechtvaardigen. Rom.5:19
In beide vergelijkingen is de mens de ontvanger, niet degene die het resultaat tot stand brengt. Niemand maakte zichzelf tot nakomeling van Adam en niemand koos voor zijn sterfelijkheid. Zo ligt ook de uiteindelijke overwinning in Christus niet in de prestatie van de mens, maar in Gods werk door Zijn Zoon. 1Kor.15:20-28
Daarom wordt God aangeduid als “Redder van alle mensen”, in het bijzonder van gelovigen, en wordt Christus de “Redder van de wereld” genoemd. Joh.4:42; 1Tim.2:3-6; 4:10; 1Joh.4:14 Gods genade blijkt groter dan de gevolgen van Adams misstap! Rom.5:15-21
Allen levend gemaakt
Christus wordt in hetzelfde hoofdstuk “de Eersteling van degenen die ontslapen zijn” genoemd. 1Kor.15:20 Een eersteling is de eerste vrucht van een oogst. Deze staat daarom niet op zichzelf: hij kondigt aan dat er nog een oogst volgt. 1Kor.15:20-23
Christus werd niet slechts tijdelijk uit de dood teruggebracht. Hij werd opgewekt in onvergankelijkheid. De dood heeft geen heerschappij meer over Hem. Rom.6:9; 1Kor.15:42-45 En vervolgens staat er: “Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levendgemaakt worden.” 1Kor.15:22
Iedereen deelt in de sterfelijkheid van Adam. Niemand hoeft daarvoor te kiezen. En daar wordt Christus tegenover gezet.
Het leven overwint!
Verderop in 1 Korinthe 15 lees je dat Christus zal heersen totdat al Zijn vijanden onder Zijn voeten zijn geplaatst :24-25. Waarna er staat: “De laatste vijand wordt buiten werking gesteld: de dood.” 1Kor.15:26
De dood blijft niet bestaan. God doet de dood uiteindelijk teniet door levend te maken. Daarbij wordt gesproken over een rangorde: de Eersteling, Christus, vervolgens die van Christus zijn in Zijn aanwezigheid, daaropvolgend de voltooiing, wanneer Hij ook maar het koninkrijk overgeeft aan de God en Vader, wanneer Hij iedere soevereiniteit en iedere gevolmachtigde en kracht buiten werking stelt. 1Kor.15:23-24
Daarom lees je elders over Christus Jezus dat Hij: “… de dood buiten werking stelt, en leven en onbederfelijkheid aan het licht brengt door het evangelie.” 2Tim.1:10 Het evangelie is daarmee een boodschap van leven. Niet de dood, maar het leven overwint! 1Kor.15:54-57
God verzoent
Een andere grote lijn in het evangelie is verzoening. Waar vijandschap is, maakt God vrede. Het initiatief ligt daarbij niet bij de mens, maar bij God. Rom.5:10
“… zoals dat God was in Christus, de wereld verzoenend met Zichzelf, hen niet hun krenkingen aanrekenend, en plaatsend in ons het woord van de verzoening.” 2Kor.5:19
De wereld stond vijandig tegenover God en kruisigde Zijn Zoon, maar God rekende haar overtredingen niet toe. Verzoening begint daarom niet bij een mens die God gunstig probeert te stemmen. De Bijbel zegt juist dat God verzoent. En die verzoening blijft uiteindelijk niet beperkt tot een kleine groep.
Het al
In Kolossenzen 1 schrijft Paulus over Gods voornemen: “… en door Hem het al wederzijds met Zichzelf te verzoenen, vrede gemaakt hebbend door het bloed van Zijn kruis, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.” Kol.1:20
De reikwijdte is hier uitdrukkelijk “het al”: zowel wat op aarde als wat in de hemelen is. Het gaat dus verder dan alleen de mensheid. Gods plan omvat Zijn schepping. Alle vijandschap zal plaatsmaken voor vrede en verzoening. Paulus noemt deze verwachting enkele verzen later “de hoop van het evangelie”. Kol.1:23 De verzoening van het al is de verwachting voor heel de schepping.
Het doel van God is dus een schepping waarin Hij door Christus vrede maakt en het al met Zich verzoent. Uiteindelijk zal elke knie buigen en elke tong belijden dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God, de Vader. Jes.45:23; Fil.2:9-11
Maar hoe zit het dan met ‘de hel’?
Wanneer we het Bijbels Namenboek (Jurriaan Wijchers en Simon Kat, Uitgeverij Boekencentrum B.V., 1983, tweede uitgave) erop naslaan, lezen we: “Gehenna = ge Hinnom = dal van Hinnom; in het Grieks overgenomen als Geënna, Vg.: Gehenna. Mt 5:22; 18:9 vertaald met hellevuur; verder aldoor met hel: Mt 5:29 v.; 10:28; 23:15,33; Mc 9:43,45,47; Lc 12:5; Jak 3:6. Vgl. Ben-Hinnom.”
Zo eenvoudig kan het dus zijn: ‘Gehenna’ is slechts een fysieke plaatsaanduiding hier op aarde.
Alles in allen
Soms lijkt de Schrift te spreken over een ‘eeuwige’ straf. Mat.25:46 De oorzaak daarvan ligt bij het vertalen van de grondtekst. Het woord aeon (Grieks: aiōn) is onder andere weergegeven met de woorden ‘eeuwig’ en ‘eeuwigheid’, terwijl het in de oorspronkelijke betekenis verwijst naar een tijdsperiode die eindig is.
Met een dergelijke vertaling wordt het woord van God geweld aangedaan. De Schepper van hemel en aarde wordt voorgesteld als een liefdeloze God. Een kleine ‘god’ die het al bovendien níet tot een Hem welgevallig en goed einde kan brengen – het einddoel dat Hemzelf vanaf het begin voor ogen stond. Jes.46:10
God heeft gesproken over wat Hij gaat doen. Daarom is de Bijbelse hoop geen onzekere wens, maar een verwachting die rust op wat God heeft bekendgemaakt. De opstanding van Christus vormt daarvan de basis. Hij is de Eersteling. Zijn opstanding wijst vooruit naar de overwinning van het leven.
Die hoop heeft ook nu al uitwerking. Zij geeft vreugde en vrede en doet een gelovige overvloeien in verwachting. Rom.15:13 Het evangelie gaat daarom niet alleen over iets wat tweeduizend jaar geleden gebeurde. Het vertelt ook waar de geschiedenis naartoe gaat.
Christus zal alle heerschappij, autoriteit en macht tenietdoen. De dood zal als laatste vijand buiten werking worden gesteld. Uiteindelijk zal de Zoon Zelf onderschikt worden aan Degene Die Hem alles onderschikte, opdat God Alles in allen zal zijn. 1Kor.15:24-28