Home Bijbelbeelden Bijbelbeelden jeugd 4. “Beloven” in de Bijbel
Afbeelding bij het bijbelbeeld "'Beloven' in de Bijbel"

4. “Beloven” in de Bijbel

Deel dit op:

4. “Beloven” in de Bijbel

Soms zeg of beloof je iets …
“Ik ga het echt goed doen!”
Of: “Ik doe het nooit meer fout!”

Dat zei Petrus ook.
In Lucas 22 staat:

33 “Heer,
met U ben ik er klaar voor
naar de gevangenis te gaan

en te sterven!”

Petrus wilde heel graag
met de Heer meegaan.
Hij dacht dat hij dat kon.

Dat doen wij ook wel eens.
We denken: ik ga het zelf goed doen.

Maar God vraagt niet
wat wij beloven.
Hij kijkt naar wat Hij Zelf heeft beloofd.

God heeft gezegd
dat de Heer onze Redder is.
En wat God zegt, dat is ook zo.
Door de Heer zal alles goed komen.

Quiz – Wat is waar?

Vraag 1: wat zei Petrus tegen de Heer Jezus?

A) Dat hij niets voor Hem kon doen.
B) Dat hij samen met Hem mee zou gaan, de gevangenis in en sterven.

Juiste antwoord: B is waar.
Petrus beloofde bij de Heer blijven.

Vraag 2: wat dacht Petrus?

A) Dat hij er klaar voor was.
B) Dat hij het zelf niet kon.

Juiste antwoord: A is waar.
Petrus dacht dat hij het kon.

Vraag 3: wat doen wij soms ook?

A) Denken dat we het zelf kunnen.
B) Altijd alles goed doen.

Juiste antwoord: A is waar.
Wij denken vaak dat we het zelf kunnen.

Vraag 4: waar kijkt God naar?

A) Naar wat wij allemaal beloven.
B) Naar wat Hij Zelf heeft beloofd.

Juiste antwoord: B is waar.
Voor God gaat het niet om wat wij aan Hem beloven.

Vraag 5: wat doet God met Zijn beloften?

A) Hij vergeet ze.
B) Hij zorgt dat ook gebeuren zal wat Hij heeft beloofd.

Juiste antwoord: B is waar.
God komt al Zijn beloften na.