Deel dit op:
6. “Spreken” in de Bijbel
Soms zeg je iets
omdat iemand anders het óók zegt.
Dan praat je iemand na.
Dat gebeurde ook bij de leerlingen.
In Matteüs 26 staat:
35 “Ook wanneer ik
samen met U moet sterven,
zal ik U nooit ontkennen!”
Dat zeiden alle leerlingen.
Petrus zei het eerst.
En de anderen zeiden hem na.
Ze dachten dat het waar was.
Maar de Heer had kort daarvoor
iets anders gezegd.
Hij had gezegd
dat Petrus drie keer zou doen
alsof hij Hem niet kende.
De leerlingen van Heer
luisterden dus eigenlijk
meer naar elkaar
dan naar de Heer Jezus zelf.
Daar kun je op letten.
Want alle mensen maken fouten.
Wat mensen zeggen
kan wel eens niet waar zijn.
Maar wat God of de Heer zeggen,
is altijd waar.
Quiz – Wat is waar?
Vraag 1: wie zei als eerste dat hij de Heer nooit zou ontkennen?
A) Petrus.
B) Alle leerlingen tegelijk.
Juiste antwoord: A is waar.
Petrus zei het eerst.
Vraag 2: wat deden de andere leerlingen daarna?
A) Ze zeiden niets.
B) Ze zeiden hetzelfde als Petrus.
Juiste antwoord: B is waar.
Ze zeiden hem na.
Vraag 3: wat had de Heer eerder gezegd?
A) Dat Petrus zou zeggen dat hij Hem kende.
B) Dat Petrus zou doen alsof hij Hem niet kende.
Juiste antwoord: B is waar.
Petrus zou zeggen dat hij de Heer niet kende.
Vraag 4: naar wie luisterden de leerlingen toen dit gebeurde?
A) Naar de Heer.
B) Naar elkaar.
Juiste antwoord: B is waar.
Ze luisterden meer naar elkaar dan naar de Heer.
Vraag 5: wat kun je beter doen?
A) Luisteren naar wat God en de Heer zeggen.
B) Napraten wat mensen zeggen.
Juiste antwoord: A is waar.
Want God en de Heer spreken altijd de waarheid.
