Home Bijbelbeelden Bijbelbeelden 6. “Spreken” in de Schrift
Afbeelding bij het bijbelbeeld "'Spreken' in de Schrift"

6. “Spreken” in de Schrift

Deel dit op:

6. “Spreken” in de Schrift

De leerlingen waren overtuigd van zichzelf. Zij dachten iets aan de Heer te moeten beloven. Veel gelovigen staan in eenzelfde overtuiging, die zij denken ‘waar’ te kunnen maken.

Matthëus 26
35 Petrus zei tot Hem:
“Ook wanneer ik
tezamen met U moet sterven,
in geen geval zal ik U verloochenen!”
Evenzo spraken ook al de leerlingen. 
[NCV]

Juist gelovigen kunnen pretentieus zijn. Waar het nog maar de vraag is of hetgeen zij nastreven, daadwerkelijk uit geloof is voortgekomen. En alles nu, wat níet uit geloof is, is zonde1.

Met hun gezamenlijke beloften aan de Heer, stemden de leerlingen in met wat Petrus had gezegd. Daarmee hadden zij hun oor geneigd naar Petrus, en niet naar het spreken van de Heer. Want de Hij had kort daarvoor nog aangezegd dat de satan hen op zou eisen2.

God is waar en íeder mens leugenaar3. Wat de leerlingen uitspraken, konden zij niet waarmaken. Als een illustratie van het volk van God, dat, op haar beurt, weer laat zien, hoe het feitelijk met heel de mensheid is gesteld. Wij neigen van nature allemaal4 onze oren naar “de vader van de leugen”, die tegen God en de Heer ingaat.

Wanneer God spreekt, zal het zo zíjn5. Hij volvoert Zijn beloften en is daarin niet afhankelijk van menselijke keuzes of pretenties6. Daarom is het van belang niet hoog gezind, maar verstandig te zijn. Vanuit een ontvangen besef dat, naast de gave van geloof7, ook een maat van geloof wordt toebedeeld8. En dáárdoor mogen we “van geluk spreken”!

1. Rom.14:23 2. Luc.22:31 3. Rom.3:4 4. Ef.2:1-3 5. Ps.33:9 6. Hand.17:24-28 7. Joh.3:27; Joh.6:44; Rom.9:11; Ef.2:8,9; Fil.1:29,30; 2Petr.1:1 8. Rom.12:3