Deel dit op:
10. “Opwekken” in de Schrift
De Heer als Herder, werd getroffen. Hij ging Zijn leerlingen voor in vernedering. Hij ging Zijn vólk voor in vernedering. Maar daar zou het niet bij blijven …
Mattheüs 26
31 “… want er staat geschreven:
‘Ik zal de herder treffen
en de schapen van de kudde
zullen uitgestrooidworden.’
32 Nadat Ik echter opgewekt word,
zal Ik voor jullie uitgaan naar Galilea.” [NCV]
De Heer zou voor Zijn leerlingen uitgaan naar Galilea (“van de natiën”, vgl. Mat.4:15). Zij zouden volgen, nadat ze eerst in Hem verstrikt waren geraakt. Maar aan die moeilijke periode zou een einde komen, want het was geen doel op zich.
De periode van fysieke afwezigheid van de Heer, zou ergens toe leiden in het persoonlijk leven van de leerlingen. En dat kun je breder trekken, omdat dit zéker opgaat voor het volk van God. Zij werden verstrooid als natie1, maar de Heer ging voor hen uit. Vanuit de volken zou Hij tot hen spreken, in een andere taal en met andere lippen2. En, zoals de leerlingen vergaderd werden na Zijn opstanding, zal Zijn volk eveneens, na een periode van verlatenheid, in gróte ontferming bij-Eén-geroepen worden3.
Na Zijn opwekking werd de Zoon door de Vader verhoogd4. God heeft Hem tot Heer en Christus gemaakt5. Hij is als dé Gezalfde, ook Eigenaar van allen. Van élk creatuur! Dat is geen vraag, maar een onweerlegbaar feit6.
Zijn volk zal Hem als natie pas (h)erkennen, als Hij weer zichtbaar tot de aarde terug zal keren7. God zal het hart van steen uit hun binnenste verwijderen en een kloppend hart daarvoor in de plaats geven8. Het onderricht zal in hun harten geschreven worden9. Zo zal het volk van God worden opgewekt.
1. Deu.28:64 2. 1Kor.14:21 3. Jes.54:7 4. Ef.1:20-22; Fil.2:9 5. Hand.2:36 6. Rom.14:9-11 7. Zach.12:10 8. Eze.36:26 9. Jer.31:33,34
